Over ervaringswerk, missie, inspiratie en vragen stellen

Geplaatst op door in de categorie Interviews

Gijs, jij bent ervaringswerker op het gebied van autisme. Vertel eens, wat doe je precies?

Gijs: ” Ja dat klopt. Ik begeleid mensen met autisme. Ik geef lezingen over autisme. Ik geef trainingen en ik denk mee bij projecten over autisme. Daarnaast ben ik schrijver van het boek Plan B.”

Zo, je doet veel zeg. Waarom ben je eigenlijk ervaringswerker geworden?

Gijs:”Ik kreeg mijn diagnose autisme op mijn 30e. Deze diagnose gaf mij veel duidelijkheid. Na mijn diagnose ging ik veel lezen over autisme. Ik las heel veel onzin over autisme. Zoals dat mensen met autisme geen contact willen. Daar wilde ik iets aan gaan doen. Toen ben ik een zorgopleiding gaan doen en lezingen gaan geven. Met als doel zowel mensen met- als zonder autisme te helpen zodat de diversiteit van autisme gezien wordt en mensen minder ‘ bang’ zijn voor autisme.”

Klinkt als een mooie missie. Hoe zou jij autisme omschrijven?

Gijs: “Autisme is heel herkenbaar voor veel mensen. Het is menselijk gedrag onder een vergrootglas. Al is de invloed hiervan bij mensen met autisme heftiger. Ze kunnen het niet zomaar uitzetten. Iedereen herkent wel een dag waarop hij of zij super gestresst is. Alleen deze stress ervaren mensen met autisme heel vaak en deze stress heeft impact op het totale functioneren.”

Heb je eigenlijk een inspiratiebron op het gebied van autisme?

Gijs:”Toen ik begon met lezen over autisme sprong er voor mij één boek uit en dat was van de Amerikaanse schrijver John Elder Robison. Het boek heet ‘ Ik hield altijd al van treinen’. Op zich een cliché titel maar John beschrijft in het boek heel krachtig zijn leven met autisme door middel van prachtige anekdotes. Zijn vertelstijl is een inspiratie voor mij geweest.”

Wat mooi en heb je ook een bepaalde theorie over autisme die je aanhangt?

Gijs:”Naast de theorie van overprikkeling uit het boek plan B is de theorie van Martine Delfos erg bepalend voor mijn kijk op autisme. Ik vind het bijzonder dat ze naar autisme kijkt vanuit ontwikkeling. Ze ziet in het gedrag van mensen met autisme een regenboog aan mentale leeftijden waarin zowel een vertraagde als een versnelde ontwikkeling terugkomt. Hierdoor ziet ze autisme niet als een defect. Vaak zie je gedrag bij mensen met autisme dat misschien niet past bij de kalender leeftijd. Stel jezelf dan de vraag: Als ik dit gedrag zie dan hoort dit bij een leeftijd van? De leeftijd die je dan noemt is de mentale leeftijd en daarop moet je de benadering of begeleiding afstemmen.”

Ja precies, Herman de Neef geeft in zijn boek ‘Op weg naar rust’ een aantal voorbeelden van het aansluiten op deze ‘mentale’ leeftijd. Heb jij hier ook een voorbeeld van vanuit je eigen praktijk?

Gijs:”Ik begeleid een jongen met autisme van 19. Hij heeft heel veel kennis over de Russische geschiedenis. Hij kan hierover als een 40-jarige vertellen. Hij heeft de spieren van een 19 jarige man en werkt dan ook in een magazijn waar hij zwaar werk verzet. Toen ik pas geleden bij hem was ging ik op een willekeurige stoel zitten en werd hij heel boos. Hij schreeuwde “Dit is mijn stoel!”. Ik vond dit niet geheel passen bij zijn leeftijd en stelde mezelf de vraag ‘Als ik dit gedrag zie dan hoort dit bij een leeftijd van…’ en kwam tot de conclusie dat dit de leeftijd van 3 jaar was. Hierop stelde ik hem de vraag zou ik dan even 1 minuut op jouw stoel mogen zitten. Dit mocht ook niet. In de weken erna heb ik op een speelse manier die passend is voor een 3 jarige geprobeerd op zijn stoel te mogen zitten. Uiteindelijk zijn we na weken zover dat ik op zijn stoel mag zitten. Hij heeft leren delen en geleerd te reageren op een manier die passend is bij zijn kalenderleeftijd.”

Wat knap dat je dat voor elkaar hebt gekregen. Maar dat is vast niet het mooiste compliment wat je ooit hebt gehoord. Wat is het mooiste compliment wat je ooit hebt gekregen?

Gijs:”Een cliënt zei tegen mij na een gesprek. “Ik dacht dat je mij alle antwoorden zou geven. Echter, heb je me de juiste vragen gesteld zodat ik zelf deze antwoorden kon geven.”

Prachtig. Is er ook iets dat je zorgen baart en wat je graag anders /beter zou willen?

Gijs: “Het baart me zorgen dat in deze Nederlandse maatschappij mensen kijken naar psychische problematiek zoals autisme alsof die persoon eng of gevaarlijk is. We verliezen daardoor de persoon uit het oog en reageren heel vaak vanuit stereotypes en vooroordelen. Als we echt zo’n tolerant land zijn dan hoop ik dat mensen nieuwsgierig zijn naar de mensen tegenover hen en in hun omgeving ondanks dat er misschien een stempeltje opzit dat is gelinkt aan psychische problematiek of geschiedenis.”

Dan de laatste vraag. Staan er binnenkort nog leuke dingen te gebeuren?

Gijs:”Ik heb alleen maar leuke dingen want ik vind mijn werk fantastisch. Mocht je een lezing van mij willen bijwonen of een lezing van mij willen boeken kijk dan even op mijn agenda.”

Bron: IQ Coacches

Geschreven door:

Gijs Horvers

Gijs noemt zich: Autisme ambassadeur. Zijn missie is te streven naar een maatschappij waar autisme volledig geaccepteerd wordt. Hij vindt daarom belangrijk dat de maatschappij een juist beeld krijgt van de diversiteit van autisme.

Bekijk alle 36 berichten

Terug naar het overzicht